Kerkdiensten

Kerktelefoon via internet Klik hier voor kerktelefoon via internet.
 Kerkdiensten in de komende 14 dagen

  Datum Tijd Wat Waar Extra Info
  20-05-2012 10:00 Kerkdienst Oude Kerk ds. H.A. Molenaar - Zeist



Het thema van de dienst is

Lezingen tijdens de dienst
1e schriftlezing : Jesaja 54 : 4-10
2e schriftlezing : Johannes 16 : 5-15

Orde van dienst
Voorganger is ds. A. Moolenaar uit Zeist
Aanvangslied : Psalm 27: 1
Votum en groet
Lied : Psalm 27: 2 en 4
Gebed van verootmoediging
Lezing van de wet en hoofdsom
Lied: Psalm 78 : 1 en 2
Gebed voorafgaand aan de schriftlezing
1e schriftlezing : Jesaja 54 : 4-10
Lied : Psalm 89 : 1 en 7
Kindermoment
Kinderlied : nummer 38
2e schriftlezing : Johannes 16 : 5-15
Lied : Gezang 477 : 1 en 2
Verkondiging
Lied : Gezang 237 : 1, 2, 3 en 6
Dienst van de gebeden
Inzameling van de gaven
Lied :Gezang 464 : 1 en 2
Wegzending en zegen

  20-05-2012 10:00 Kindernevendienst Morgensterkerk
  20-05-2012 10:00 Jonge Kerk Oude Kerk Leiding: Peggy
  20-05-2012 18:30 Kerkdienst Oude Kerk ds. J. van den Akker - Zoetermeer



Het thema van de dienst is

Lezingen tijdens de dienst
1e Schriftlezing Jona 2
2e Schriftlezing Handelingen 1: 4-8 en 12-14

Orde van dienst
Intochtslied Psalm 67
Votum en groet
Lied Psalm 27: 1 en 4
Gebed voorafgaand aan de schriftlezing
Bijbellezing Jona 2
Lied: Psalm 139: 2, 3, 4 en 8
Lezing Handelingen 1: 4-8 en 12-14
Lied gezang 234
Verkondiging
Gezongen Apostolische Geloofsbelijdenis
Dienst van de gebeden
Inzameling van de gaven
Lied gezang 86: 3, 4 en 5
Wegzending en zegen

  27-05-2012 10:00 Kindernevendienst Morgensterkerk
  27-05-2012 18:30 Kerkdienst Oude Kerk ds. C.H. Wesdorp
  27-05-2012 9:45 Pinksteren / GEZINSDIENST Oude Kerk ds. C.H. Wesdorp
  31-05-2012 19:00 Dankdienst/Vesper 25-jaar ambt ds. Wesdorp Oude Kerk Dankdienst/Vesper t.g.v. 25-jarig ambtsjubileum van ds. C.H. Wesdorp. Voorganger ds. L. de Borst uit Buren


 Preken van de afgelopen diensten

 06 DE RUIME GOD ZUIVERT HET GEWETEN
Als het Schriftwoord van onze tekst het hier over het hart heeft - "indien ons hart ons veroordeelt" - mogen we daarvoor het geweten invullen. Met het hart bedoelt de Bijbel vaak het geweten.
Het geweten is zoveel als een alarmsysteem in je ziel. Zo zag de oude filosoof Socrates het. Via Plato heeft hij ontelbaar veel leerlingen geleerd, dat het geweten je waarschuwt, pas als je iets gaat doen, dat fout is. Net als onze tastzenuwen een alarmsysteem zijn. Je trekt meteen je hand terug als je tegen een hete pan aankomt.
Waar komt het geweten vandaan? Het komt vooral uit de indrukken, die wij als jonge of kleine mensen hebben opgedaan bij onze opvoeding.
Dat wij een geweten hebben, is een goede zaak. Maar het is goed mogelijk, dat niet iedereen dit zonder slag of stoot toegeeft. Vooral niet onder degenen, die kerkelijk opgevoed zijn. Daar kunnen we nogal eens moeilijke gevoelens tegenkomen. Moeite met het geweten. Moeite met de opvoeding. Zonder onze ouders allerlei verwijten te maken. Zij hebben hun best gedaan. Met alle liefde hebben zij ons op de juiste weg willen leiden.
Het geweten zorgt ervoor, dat je eigenlijk altijd in angst zit, zodat je nooit eens onbekommerd plezier om iets kunt hebben. Altijd is er die remming en heb je het moeilijk met jezelf. Er kunnen ook onder ons best wel veel mensen zijn, die niet blij zijn met hun geweten; omdat het christelijke geweten, dat ze hebben meegekregen uit hun opvoeding overal een domper op zet.
Eigenlijk gaat hun protest niet eens tegen het geweten zelf, maar tegen hun opvoeding, die dat geweten gevormd heeft. Niet alleen, of zelfs niet in de eerste plaats de opvoeding thuis, maar de opvoeding zoals daar uiteindelijk vanuit de omgeving van de tijd en vanuit de kerk leiding aan gegeven was.
Die kerkelijke opvoeding, die dan verder de gezinsopvoeding bepaalde, heeft die het geweten niet te krap afgesteld? Zodat we bij een heleboel wat we doen een kwaad geweten hebben. Of we hebben het geweten al zo vaak het zwijgen opgelegd, dat wij niet anders dan een gevoel van bezoedeling hebben. Ik heb het al zo vaak fout gedaan, er is toch niets meer aan te doen dan alleen maar vuiler te worden. Zo kunnen mensen psychisch verdraaid worden, dat ze uiteindelijk helemaal in de knoop komen te zitten, met een ongezonde zelfaandacht, die onzeker maakt. Psychiaters kunnen ons vertellen van een mens-verwoestende invloed, die met name het christelijk gevormde geweten kan hebben.
Hier moet ik eigenlijk een verzuchting slaken. Wat erg toch, dat zoiets moois als het geweten een kracht ten kwade kan worden. Staan we hier niet voor iets demonisch? De toeleg van de boze is immers altijd geweest het mooie lelijk te maken. Want nog eens: hoe mooi is niet het geweten, de stem in het hart die een nagalm, een echo is op de stem van God. En dàt dan door de boze misbruikt! Maar natuurlijk mogen we hiermee niet volstaan, met die verzuchting. We kunnen de duivel niet als excuus gebruiken. dat overtuigt niet. We moeten eerlijk nagaan, waarin we in onze eigen menselijke verantwoordelijkheid gefaald hebben.
Laten we nog eens nagaan, wat het geweten is. Ik gaf zonet een typering: behalve alarmsysteem is het een nagalm van de stem van God. Om er nog een ander beeld bij te gebruiken: het geweten is een horloge, dat voortdurend met de klok van radio of TV moet worden bijgesteld. De radiotijd is de openbaring, de Bijbel, Gods Woord. Regelmatige, biddende omgang met Gods Woord houdt het geweten op pijl, laat het zuiver lopen. Maar zoals een horloge kan achterlopen èn voorlopen, zo ook het geweten.
Dat het kan achterlopen, dat wil zeggen, dat het geweten tekort kan schieten, dat het te laat gaat spreken, of helemaal niet. We hebben er meer last van dat het vóórloopt, dat 't er zo gauw bij is om als een wekker in ons binnenste af te lopen, dat het ons veroordeelt op punten waarop de Bijbel ons niet veroordeelt. Op dat punt moeten we ingaan. Daar doet het zeer.
God is meerder dan het hart, staat er in de Bijbel. God is meerder dan het geweten. En ook Gods Woord is meerder dan het geweten.
Wat is dat meerdere van God? We mogen bedenken, dat dit woord staat in de eerste brief van Johannes, die ook dit stralende woord heeft: God is liefde; en dit: indien wij gezondigd hebben, wij hebben een Pleitbezorger bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige. In die liefde is het meerdere gelegen. Ons hart, ons geweten, daarvan kunnen we niet zonder meer zeggen, dat het ons liefheeft. Niet omdat het ons veroordeelt. Daarin kan wel degelijk liefde steken. Maar ons geweten, juist ons sprekende geweten, kan zo gemakkelijk een instrument voor de boze zijn. Hij is er op uit, om ons door ons sprekende, veroordelende geweten bij de vreugde vandaan te halen, of om de vreugde kapot te maken. Zijn tactiek is om het geweten te laten doldraaien door overbelasting.
Zoals bij Kaïn. Zijn geweten sprak. Na de moord op zijn broer. De boze kreeg greep op dat sprekende geweten: “mijn zonde is te groot dan dat ze vergeven zou kunnen worden.” Daardoor zwierf Kaïn van God weg. Zoals ook Judas. Zijn geweten sprak na het verraad van zijn Meester: “Ik heb gezondigd, onschuldig bloed verraden.” Maar de duivel zal achter het stuur van zijn geweten en joeg hem de afgrond in.
Indien ons hart ons veroordeelt - dat is dus een gevaarlijke situatie. Daar kan de duivel zich in nestelen, in dat veroordelende hart. Niet dat het dan altijd de kant van Kaïn of Judas op gaat. Maar ook voor de gewone dingen kan de duivel zijn hoofdkwartier opslaan in ons sprekende geweten. Dat is verraderlijk genoeg want wie zoekt hem daar nou? Maar dat is juist zijn kracht.
Daar hebben wij mee te stellen. Hij weet, dat hij christenen, juist christenen met hun nauwgezet geweten, in de angst kan drijven. Hij gebruikt daarvoor zelfs ook het bijbelwoord dat hij verdraaid uitlegt. Want dat hij het Woord van God verdraaid kan uitleggen, weten we al uit het paradijsverhaal. En uit de verzoekingsgeschiedenis. Wat het geweten nodig heeft, is daarom de levende omgang met God en de biddende oriëntatie op zijn Woord. Anders blijft het geweten binnenwerelds gevangen. En omdat de duivel de overste van deze wereld is, maakt hij zich van het geweten meester. Hij laat het doldraaien. gebruikt daarvoor flarden van bijbelkennis en Godskennis, resten van het besef van goed en kwaad. Maar hij maakt daar een verward geheel van, zodat het geweten er ziek van wordt.
En hij laat het zover komen, dat de moderne zielszorg, medisch en pastoraal, adviseert om dat geweten maar weg te doen als een waardeloos horloge, dat toch nooit de juiste tijd aangeeft. De remmen los is op alle gebied het parool geworden. En eerlijk gezegd, als de Bijbel dicht gaat, ontaardt het geweten ook tot een moralistisch instrument, dat onbruikbaar is geworden. Het heeft er dan een boosaardig plezier in gekregen om ons, hoe dan ook, te veroordelen. Het is niet meer uit op ons behoud.
God evenwel is meerder dan het hart, en Gods Woord is meerder dan het geweten. God namelijk, zo voegt de apostel er aan toe, heeft kennis van alle dingen. En dat laatste lijkt bepaald niet geruststellend. God heeft kennis van alle dingen? Moet dat niet helemaal tot paniek leiden? Stel je voor, als er een ander mèns was, die alles van je wist. Die ander, die naaste, zou het op den duur niet tot ons heil gebruiken. Hij zou het tegen ons gaan gebruiken en ons gemakkelijk kunnen chanteren.
Maar God heeft kennis van alle dingen en de apostel zegt dat zomaar rustig en blijmoedig, alsof hij een grote troost uitspreekt. En werkelijk, dat doet hij ook. Dat is ook een troost, dat God alle dingen weet. Want God is liefde. Hij kent ons in liefde. We hebben ervan gezongen uit Psalm 139. God is vertrouwd met alles wat wij denken. En de psalmdichter is niet in paniek, maar hij weet zich geborgen in de liefde van God, die onvoorwaardelijk aanneemt. Weet u wat dat betekent. Hij graaft net zo lang in ons - en Hij graaft daarbij alle vieze modder van ons binnenste weg - en Hij zoekt net zo lang, totdat Hij in ons de nieuwe mens in Christus vindt. Die wil Hij vinden en daarom vindt Hij die ook. Hij wéét alles van ons, maar wat Hij wil weten is, dat wij Hem liefhebben en zo wil Hij ons kennen.
Hierop heeft Petrus zich beroepen bij de zee van Tiberias. Als de Here Jezus Hem driemaal vraagt: Simon, heb jij Mij lief, is dat nogal een gewetensvraag, is het niet? En als Jezus deze vraag aan Petrus herhaalt, wil Hij hem en ons allemaal laten voelen, dat Hij door veel modder moet waden om bij de nieuwe mens in ons te komen. Als dit tot Petrus doordringt, wordt hij bedroefd en zegt: Here, Gij weet alle dingen, Gij weet, dat ik U liefheb. Hier beroept Petrus zich er op, dat de Here, die alles van ons weet, tenslotte alleen maar dit van ons wil weten: dat wij Hem liefhebben; over de rest gaat Zijn vergeving.
Blijkt hier nu niet, dat God meerder is dan ons hart? In Zijn liefdevol kennen van ons is Hij de meerdere van ons hart. In Christus is Zijn liefde zo ontstellend rijk over ons. Vanwege deze liefde mogen wij ergens op één of andere manier laconiek met onze zonden omgaan. Zij zijn niet zo erg interessant. Het is niet eens nodig dat we ze allemaal weten. Veel fouten die we maken, ontgaan ons zelfs, en dat mag ook wel zo blijven.
Ik weet, dat dit wat ik nu zeg, afschuwelijk misverstaan en misbruikt kan worden. Tot oppervlakkigheid, of zelfs voorwendsels. Ik zeg ook nadrukkelijk, dat als we op concrete schuld stuiten in ons zelf, het dan zaak is, dat we er bloedig serieus mee om moeten gaan. Bloedig serieus, namelijk door ze te smoren in het bloed van Christus. Maar al die verborgen zonden? Daar in gaan wroeten? Dat is het werk van een geweten, dat opgehitst is door de duivel, de mensen-moordenaar van den beginne.
Ik kom te veel christenen tegen, die zeggen: dit mag niet; en anderen, die als een soort vrijheidsstrijd roepen: dat moet mogen! Deze mensen lijden aan een ziek geweten. Aan deze mensen geef ik niet de raad, dat zij het geweten wegnemen als een soort blinde darm. Want met de remmen eraf kan de nu levende generatie haar eindje misschien nog wel halen. Maar de volgende zit dan pas goed met de brokken.
Nee. Oriënteer u met uw geweten steeds weer opnieuw op God en Zijn Woord. Zij zijn meerder dan het hart. Zij zijn ook milder dan het hart. Zij halen ons ook op tijd bij ons zelf en bij onze ongezonde zelf-aandacht vandaan. Zij stellen ons in de ruime wereld van het komende Koninkrijk, waar de liefde regeert. Ze maken ons blij met de zekere toekomst van Jezus Christus en genezen zo het geweten. Ze nemen het niet weg; ze genezen het. Geprezen en geliefd zij daarom God en Zijn Woord, vleesgeworden in Jezus Christus, onze Here. AMEN.

Top

 04 VRIJMOEDIG BIDDEN, HA, 1 Johannes 5: 14
Dit gedeelte roept misschien allerlei vragen op. Omdat er levenservaringen zijn, die anders zijn dan de verwachtingen, die lezers van de woorden van Johannes hebben. Er wordt veel gebeden, er wordt intens gebeden, dringend gebeden, er worden grote dingen gebeden, gedurfde gebeden, maar er wordt soms weinig van verhoring geweten.
Wij hebben gehoord wat Johannes geschreven heeft, bidden in overeenstemming met de wil van God. Dat is al een sterke richtingwijzer, hoewel voor sommige mensen een ernstige beperking. Hoe weten we nu wat Gods wil is?
Laten wij om te beginnen mogen vaststellen, dat het Avondmaal, dat wij gevierd hebben, een instelling van onze Heer en Heiland, Jezus Christus, is. Dat het naar Gods wil is, dat wij het sacrament gevierd hebben.
Avondmaal vieren is een vorm van gebed. Het zou kunnen zijn, dat onze definitie van gebed wat aan de beperkte kant is. Wij hebben geleerd om te zeggen dat bidden praten met God is. Maar dat is het gebed niet alleen. Bidden heeft verwantschap met het Duitse woord ‘bitten’ en dat maakt, dat bidden voor ons vaak een vraaggebed is geworden. Wij vragen van God.
Eerlijk gezegd is het een nogal eenrichtingsverkeer geworden van onze biddende woorden tot God. Terwijl gebed het allereerste is, dat God spreekt tot ons. Geen woorden naar de hemel maar woorden van de hemel.
Gebed is een houding innemen van wijding, open staan om de verwarmende liefde van God te ondergaan. Gebed is de vrede van God ontvangen, die heilzaam is in alle omstandigheden van ons leven. Bidden is niet een vragen vanuit de nood alleen. Gebed is een levenshouding.
Wij hebben het Avondmaal gevierd. Door Gods gave hebben wij brood en wijn ontvangen en daarin de betekenis, dat onze Here Jezus in onze plaats en voor ons onze zonden verzoend heeft. Jezus’dood is de dood van mijn dood en Jezus’ leven is mijn leven. Deze gave van God in ons opnemen, dat is een vorm van bidden.
De gave van God betekent dat de Here God een gunnende God is. Hij schenkt goedgunstig. Onze bijbelschrijver, Johannes, heeft het tevoren geschreven, dat God liefde is en dat zijn liefde betekent, dat God het offer heeft opgebracht van Zijn Zoon. Door dit liefdesoffer heeft God de boze overwonnen en door zijn sterven heeft onze Here Jezus de dood overwonnen. Ons geloof is zo’n sterke binding met Jezus, de Zoon van God, dat Johannes kan zeggen, dat ons geloof de wereld heeft overwonnen. Misschien heeft hij aan Paulus gedacht, die in Romeinen 8 de juichende woorden heeft geschreven: wij zijn meer dan overwinnaars door Hem die ons heeft liefgehad.
Overwinning, daaraan is onlosmakelijk verbonden dat er strijd aan vooraf is gegaan. Voor onze Here Jezus Christus is het de strijd van het lijden geweest. Voor ons is het al zo, dat wij de handen eraan vol hebben om het geloof vast te houden. Om vol te houden, heeft Johannes de volgelingen van Jezus bemoedigd met de woorden: dit heb ik u geschreven, u die gelooft in de naam van de Zoon van God, opdat gij weet, dat gij eeuwig leven hebt.
Geloven is de Levende hebben. Wie de band met de Levende God heeft, heeft het leven. En opeens gaat Johannes over het vrijmoedige gebed hebben. Dit is de vrijmoedigheid, die wij tegenover Hem hebben, dat Hij ons verhoort, wanneer wij bidden naar zijn wil. Vrijmoedigheid, daar zit het woord vrijheid in. Wie door Jezus Christus gelooft, is kind aan huis bij God. En u weet hoe het met kinderen is als zij thuis komen. Dat gaat met de nodige klapperende deuren, tas en jas op de grond en een vrolijk ‘hallo’, hier zijn wij weer. Een kind in huis wacht meestal niet totdat het wat krijgt maar zoekt in de bekende ladenkastjes naar wat van zijn gading is. De zakken chips zijn bij sommigen niet aan te slepen.
Vrijmoedigheid. Dat is een geschenk, dat ons met het geloof meegegeven is. Het is die vrijheid, die ons geschonken is om het Avondmaal te vieren en daarmee te zeggen: ik ben een verlost mens, die vrijgekocht is door mijn Heiland en nu hoor ik bij de God van de liefde.
Dit zijn grote dingen waar wij een tijd over doen voor wij zover zijn, dat het voor ons waarheid is.
Vrijmoedigheid, het geschenk aan ons zegt eigenlijk meer over God dan over ons. Vrijmoedigheid is niet zozeer onze heilige brutaliteit om bij God met de deur in huis te vallen. Het is meer de ruimte die de Here God geschapen en ons geschonken heeft. Het is het verlangen van God, dat uitgaat naar u en mij om ons als zijn kinderen te hebben.
Onze Here Jezus heeft daar een wonderlijk gelijkenis over verteld over de vader die twee zonen had. In onze bijbel heet het de gelijkenis van de verloren zoon maar eigenlijk is het de gelijkenis van twee verloren zoons en een barmhartige Vader.
De ene zoon heeft de dood van zijn vader gewenst door zijn erfenis op te eisen, terwijl zijn vader nog in leven was. De andere zoon is een slaafse dienaar, die niet weet wat het is om lief te hebben. Hij geniet alle voordelen maar ziet niet de ruimhartige liefde van de Vader in.
In zijn gelijkenis laat Jezus er niet de geringste twijfel over bestaan, hoe de vader in elkaar zit. Twee keer gaat hij op een holletje naar buiten, met opgetrokken mantel, een koddig gezicht voor de omstanders, die een beetje kunnen spotten met zo’n vader, die het bestaat om zo’n verbrasser als de jongste zoon in zijn huis wederom op te nemen. De vader geeft de jongste niet de tijd om zijn schuld te belijden. De jongen is nog niet begonnen of de vader roept al om de beste kleren, een gouden ring en het gemeste vee om een feestmaal aan te richten.
De oudste zoon stikt van jaloersheid om de gunst, die de misdadige jongste broer krijgt. Zo’n hartelijk welkom en zo’n spetterend feest is er voor hem nooit georganiseerd.
Met beide jongens heeft de vader ontzettend te stellen gehad. Maar zijn hart gaat uit naar zijn beide zoons. Hij houdt van beiden. Hij hoopt hen als broers samen rond dezelfde tafel te zien. Hij wil hun laten ervaren dat zij, hoe verschillend zij ook zijn, tot hetzelfde huisgezin behoren en kinderen van eenzelfde vader zijn.
Als wij dit op ons laten inwerken, mag het tot ons doordringen, dat niet wij voor God gekozen hebben, maar dat God eerst voor mij gekozen heeft en dat Hij evenzo voor mijn broeder en zuster gekozen heeft. In God is het zo, dat wij in alle eeuwigheid geborgen zijn in de schaduw van zijn hand en staan wij in zijn handpalmen gegrift. Nog voor de eerste mens ons heeft aangeraakt, heeft God ons al in het verborgene gevormd en gwrocht in de diepten van de aarde. Nog voor een mens over ons heeft beschikt, heeft God ons geweven in de moederschoot. God houdt van ons vóór de eerste mens ons zijn of haar liefde heeft kunnen tonen. Hij bemint ons met een eerste liefde, een grenzeloze, onvoorwaardelijke liefde. Hij wil dat wij zijn geliefde kinderen zijn en zegt ons dat wij net zo moeten liefhebben als Hij.
Het vrijmoedige gebed is, dat wij dit geloof inoefenen en toepassen op onszelf. De tweede oefening die erbij hoort is, dat wij in het geloof alzo onze zuster en broeder zien. Als mensen, naar wie God even hartstochtelijk verlangt als naar mij.
Dit brengt ons weer terug naar het gebed. Bidden naar Gods wil kan niet zijn, dat wij alleen vragen op onszelf gericht. Als wij het geheel van dit bijbelgedeelte op ons laten inwerken, hoort daar de voorbede voor onze broeder en zuster onlosmakelijk bij. Niet de mens die ons ligt en die wij aardig vinden maar die broeder, die wij in de fout zien gaan, die zuster, die wij zien afglijden in een levensstijl die schadelijk is.
Hoe is het niet met ons gesteld, dat wij eerder met ons oordeel klaar staan dan met ons gebed. Eerder hebben wij wat over een ander gezegd dan dat wij voor een ander tot God gebeden hebben. Dit echter is de gezindheid, die Johannes ons voorhoudt, om als Avondmaal vierende gemeente te oefenen.
Vrijpostig bidden om het heil van een ander, dat zijn gebeden, die God hoort. Jezus heeft gesproken over een verborgen God die in het verborgene ziet en hoort. Zijn verhoring blijft voor ons ook vaak verborgen. Dat moet ons niet hinderen om te blijven bidden. Wij hebben de roeping om als gemeente vol te houden.
Een moeilijke zin is over de zonde van de broeder en de zuster, waarvan er zonde is tot de dood en zonde niet tot de dood. De tijdgenoten van Johannes zullen geweten hebben, wat de schrijver ermee bedoelde. In de eeuwen daarna hebben uitleggers zich het hoofd gebroken over deze uitdrukking. In het licht van wat Johannes eerder heeft geschreven, zullen we het daarin moeten zoeken, dat een broeder Christus gaat loochenen. Hij gaat rebelleren tegen God. Hij vindt het evangelie onzin en gaat zijn eigen mening achterna, los van God. Wat daar allemaal uit voortkomt is een houding en levensstijl, die stuitend en schadelijk is.
Moet er voor zulke mensen niet gebeden worden, volgens Johannes? Dat zegt hij niet. Ook voor zulke mensen heeft de gemeente haar gebed tot God te richten. Als ik Johannes een beetje begrijp, zal hij bedoelen dat wij voor niemand om zijn ondergang hebben te vragen.
Hier roep ik allerlei vragen op, die besproken moeten worden op een bijbelkring. De verkondiging is, dat wij vol vertrouwen ons tot God mogen richten om te bidden om het behoud van broeders en zusters. Om het behoud van mensen in een verloren nood. Dat is bidden naar Gods wil. En of wij verhoring zullen zien... Als het niet in deze tijd is, zal het zijn op de dag van de ontmoeting, als wij voor God verschijnen. Tot zulke bidders zal de Here God zeggen: wel gedaan, goede ne getrouwe dienaar, dienares, over weinig bent u getrouw geweest, over veel zal ik u stellen. AMEN.


Top

 01 VERBONDENHEID 1 Johannes 1: 3-4
VERBONDENHEID
Wat ik vanmiddag met u wil delen is verbondenheid. Verbondenheid is een diepgaande geestverwantschap in vrijheid. Gebondenheid is anders dan verbondenheid. Gebonden zijn is een gedwongen vastgehouden worden. Gebondenheid maakt opstandig. Verbondenheid is vrij en maakt blij. Wij hebben iets te vieren vandaag.
Vanmiddag vieren wij het wonder van verbondenheid als mensen, door God aan elkaar gegeven om Geestverwanten te zijn. Geest met een grote G, want onze verbondenheid hier overstijgt het gelijke denken van geestverwantschap met een kleine g. Wij zijn geen partij maar een gemeente. Het is Gods Geest die ons verbonden maakt in het geloof, de hoop en de liefde. Ik kom van buiten, een min of meer onbekende. Ik mag in uw midden komen en wij vieren hetzelfde geloof en bidden samen hetzelfde gebed. Wij zijn aan elkaar verbonden met een wederzijds ja-woord, alsof het een huwelijksbevestiging is. Wij hebben elkaar liefde en trouw toegezegd.
Verbondenheid inspireert. Graag zoek ik verbondenheid met de geschiedenis van uw gemeente, voor mij nu ook ‘onze gemeente’. Verbondenheid met mijn voorgangers, die hier op dezelfde plaats hebben gestaan.
Het is inmiddels een flink aantal jaren geleden, het was op zondag 28 augustus 1644, dat ds. Jodocus van Lodenstein (op 24-jarige leeftijd) hier in Zoetermeer werd bevestigd. Op zijn intrededag was zijn zuster jarig. Voor haar schreef hij een verjaardagsgedicht en hij maakt gebruik van het feit dat de verjaardagsdatum van zijn zus samenvalt met de dag van zijn bevestiging hier. Dit levert een aantal vergelijkingen tussen hen beiden op. Zo hadden zij beiden geen besef van wat de nieuwe toestand zou inhouden en zijn zij erachter gekomen, dat zij in feite voor dezelfde taak staan: God te dienen in het leven. Ik citeer een paar strofen uit de bundel “Uitspanningen” (nr. 98, blz. 461, zie ook blz. 644):
Gij zijt door ‘s hemels Albestuur in ‘t leven
Gebracht, op voorwaarde van s’ hemels eer.
Ik in de dienst. Van beiden verwacht onze Heer
Dat wij aan Hem gewillig overgeven
ons leven, dienst, onszelf te zijner eer.

Niet ons ten goede, maar voor Hem te leven:
Niet onze wil, maar Zijn gebod te doen:
Zijn wijs beleid in zegen en in roeden
te prijzen. Hem van ons heil de eer te geven:
En op Zijn macht te wachten in ons doen.

Zo vinden wij de hemel hier op aarde,
Zo vangen wij de loop van ‘t nieuwe jaar
tot ‘s hemels dienst weer aan, en - met de schaar
die aard’ en hemel schatten naar hun waarde -
beginnen wij het eeuwig vreugdejaar.

Met zijn zuster kan deze voorganger ook de gemeente bedoeld hebben, vrouwe Ecclesia. Voor beiden staan er behartigenswaardige woorden in. Voor mij en voor u. Wij zijn hier niet zomaar. Wij hebben tezamen de taak om ons toe te vertrouwen aan God, voor Hem te leven en wij ontvangen tezamen de belofte van de vreugde van Gods Koninkrijk.
Daar gaat het over in het bijbelgedeelte van 1 Johannes 1. Het gaat daar over verbondenheid naar het verleden toe, verbondenheid vandaag en naar de toekomst toe.
Wij hebben de eerste woorden gelezen van een brief aan ons als gemeente geschreven. Die brief zou van onze oude grootvader kunnen zijn. De schrijver is op hoge leeftijd. Hij is de laatste van de levende apostelen. De oude Johannes heeft een sleutelpositie. Het gaat hem erom in onderlinge verbondenheid de verbinding te leggen met onze bestemming en eeuwig geluk. Dat is zijn doel.
Johannes is de man, die Jezus heeft gezien en gevoeld. Daar begint hij mee. Hij begint op een plechtige wijze, die ons meteen herinnert aan het Evangelie naar Johannes. “In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Het Woord is vlees geworden.” Wij begrijpen dat Johannes het over Jezus heeft en dat Jezus als de Zoon van God medeschepper van de aarde is.
De woorden van het Evangelie zijn weer gelijk aan de eerste woorden van de Bijbel: “In den beginne schiep God de hemel en de aarde.” Johannes grijpt dus steeds terug. Terug naar de basis. Als je het Woord hebt, dan heb je het Begin, dan heb je de Schepper, dan heb je het Licht, dan heb je het Leven en je hebt de vreugde.
In zijn brief schrijft hij: Wij hebben met onze eigen ogen gezien Hem, die vanaf het allereerste begin er al was. Wij hebben Hem gehoord, die in het allereerste begin het scheppingswoord gesproken heeft: Er zij licht!
Jezus, Hij is God de Schepper. Jezus, Hij is God de Redder. Jezus, Hij is de liefde van God. Daar gaat het in de brief van Johannes uitgebreid over. Over de liefde. Daarom wordt Johannes de apostel van de liefde genoemd.
Hij zegt: deze Jezus, hem heb ik een hand gegeven. Ik heb hem gevoeld. Ik heb zelfs intieme omgang met hem gehad. Als wij het zouden vragen, zou Johannes ons antwoord hebben kunnen geven hoe lang Jezus was, wat de kleur van zijn ogen was. Johannes heeft waargenomen. Wat wij ook doen. Wij willen dingen weten en meten. Onze wetenschap berust op empirische waarneming. Zo heet dat officieel. Empirie, dat betekent ervaring. Je ondervindt. Daar zijn je zintuigen bij betrokken. Onze ogen, onze oren en ons gevoel.
Johannes heeft Jezus ervaren. Als mens. Als tijdgenoot. Jezus is dus niet een idee. Niet een symbool. Door de tijden heen hebben mensen geprobeerd de persoon van Jezus in rook te doen opgaan om een mooie gedachte over te houden. Als wij Jezus niet overhouden als mens van vlees en bloed, dan houden wij helemaal niets over. Johannes put zich uit om de historiciteit van Jezus te verkondigen. Want in vlees en bloed heeft Hij met ons geleefd, heeft Hij voor ons geleden aan het kruis, is Hij om ons gestorven en voor ons opgestaan.
Wat Jezus voor mij betekent, dat geef ik u door, zodat Jezus voor u hetzelfde betekent. Voor mij is Jezus mijn Heer en mijn Verlosser. Dat verkondig ik u, opdat Jezus ook uw Heer en uw Verlosser is. Dat is verkondigen. Present stellen. Werkzaam maken.
Johannes zegt: als u overneemt wat ik verkondig, staat u op hetzelfde niveau als de apostelen, die Jezus gezien en gehoord hebben. Dan kunt u zeggen; wij hebben Hem ook gehoord.
In het begin van mijn preek maakte ik een sprong terug naar de geschiedenis. Als wij van generatie tot generatie terug gaan... Wij zouden de predikantenborden in de kerk kunnen nemen. Een lijst van voorgangers van de gemeente gaat terug tot de Reformatie. Het ambt van de Woordbediening is van geslacht op geslacht doorgegeven. De eerste protestantse predikant is een Rooms-Katholieke priester geweest. De priesters zijn ingewijd door priesters voor hen. Zij zijn herders en voorgangers geweest van de mensen in hun tijd.
Dat hebben zij met heel hun menselijkheid gedaan. Met vallen en opstaan. Met hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden. Toen waren er ook, die misstappen begingen in het zedelijke leven. Toen kwam het ook voor, dat een gemeente opgescheept zat met een predikant, die ze liever kwijt dan rijk waren. Op 13 juni 1613 heeft de gemeente van Zoetermeer de classis van Delft gesmeekt, of zij alsjeblieft hun dominee Petrus Paludanus los zouden maken. Zijn naam betekent ‘afkomstig van het moeras’, ook zijn omgang met de mensen en zijn prediking was moerassig, zei men. Ik hoop vurig, dat er zo’n dag voor ons niet zal aanbreken.
Wat ik hoop te doen, is om in de traditie van al onze voorgangers, die terug gaan tot op de apostel Johannes, u te verkondigen, dat Jezus de Heer en de Redder van de wereld is. Het is mijn bedoeling om een traditionele predikant te zijn. Daarmee bedoel ik niet, dat ik een starre, stoffige en oubollige dominee zal zijn. Ik bedoel daar wel mee, dat ik u hoop voor te gaan en dat broeders en zusters met mij meegaan om Jezus Christus, de Levende, te ontmoeten. Ik wil breed en doelgericht staan in de Traditie met een grote T. Orthodox en vrij. De traditie zoals die is doordacht door grote denkers als de kerkvaders in de Vroege Kerk, met Augustinus als hoogtepunt, de reformatoren als Luther en Calvijn, theologen als Noordmans en Miskotte.
Dat is de Traditie die de apostel Johannes doorgeeft. Hij verkondigt Jezus de Christus, die Het Woord is van het leven. Door Hem ontvangen wij het eeuwige leven bij de Vader.
In dit geloof wil ik het gesprek met jullie, jongeren, voeren. Naar jullie wil ik luisteren en met jullie wil ik luisteren naar de verhalen van de Bijbel en de woorden van de apostelen. Als ik nu luister naar grootvader Johannes, dan komt mij voor, dat de Kerk voor ons leven een superbelangrijk huis is. Ik bedoel niet het kerkgebouw van hout en steen, maar de kerk, die wij samen als mensen vormen. Door de kerk krijgen wij verbondenheid met Jezus Christus.
De Kerk is een gemeenschap. De Kerk, wij zijn het met elkaar. Het leven van de gemeente zal niet van de voorganger afhangen maar van de verantwoordelijkheid van ons allemaal.
De apostel Johannes zegt het zo: u hebt gemeenschap met ons. Hij bedoelt, wij zijn geestverwant met de apostelen. Wij geloven hetzelfde en wij belijden hetzelfde.
Nu zegt hij niet: jullie bij mij zijn, want ik zal jullie tot het eeuwige leven leiden. Dat matigt hij de apostelen niet aan. Wat hij wel zegt: wij samen: u en jullie die horen en wij die verkondigen. Wij samen geloven hetzelfde. Het geloof van u vandaag is niets minder dan het geloof van de apostelen toen. Zij zijn niet bevoorrecht boven ons. Behalve dat zij empirische getuigen van de levende Jezus zijn geweest. Voor hun getuigenis hebben zij ingestaan. De meesten met hun leven.
Het Griekse woord voor getuige heeft veel verwantschap met martelaarschap. De apostelen hebben net als Jezus met hun leven ingestaan voor de waarheid van Christus’ redding.
Dat is het belang van de Kerk. Door de verkondiging krijgen wij deel aan het werk van Christus. Wij worden in verbondenheid gebracht met Christus zelf. Dat is het doel van de verkondiging, het doel van gemeente-zijn.
Wij hebben Jezus de vergelijking horen maken met de wijnstok. Het beeld is volkomen duidelijk. Een tak die je van de boom afzaagt, sterft af en zal geen bladeren en geen vrucht meer dragen. Met al je vezels ben je verbonden aan de stam, die het leven doorgeeft. Kortom: de Here Jezus dient het middelpunt van ons denken en leven te zijn. Dan ben je verbonden met de levende, die het leven geeft. Zijn leven is het hoogste geluk.
Dat brengt ons tot het laatste. Johannes besluit zijn inleiding met de zeggen: dit schrijven wij, opdat onze blijdschap volkomen zij. Daar gaat het naar toe. De blijdschap vindt de Here God een van de belangrijkste gezindheden. De Bijbel staat vol met blijdschap. De blijdschap komt na de liefde. Daar mogen wij als Kerk vol van zijn. De liefde en de blijdschap. Ik verkondig u grote blijdschap, horen wij bij de Kerst- en het Paasevangelie.
Het woord blijdschap heeft in het Grieks verwantschap met genade. Die horen bij elkaar. Gods genade en blijdschap. Als God ons aanraakt, vervult Hij ons met grote blijdschap. Dan mag het er in de Kerk principieel blij aan toe gaan. Daar horen mooie dingen bij. Daar hoort ook genieten bij. Genieten is een woord, dat wij bij het geloof niet vaak gebruiken. Toch heeft een kerkvader als Augustinus het genieten van God tot een van de hoofdzaken gemaakt. U zult merken dat ik vaker de naam van Augustinus zal noemen, want hij is een kerkvader, die met zijn persoonlijke en blijde geloof mij veel inspiratie geeft. Mijn werk, wens en mijn gebed is, dat wij met elkaar in verbondenheid met blijdschap samen mogen genieten van de liefde en de genade van God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, die te prijzen is, die leeft en regeert in eeuwigheid. AMEN.

Top

 03 DRIE GETUIGEN, HA, 1 Johannes 5: 8
Op een kring of in een persoonlijke ontmoeting hebben wij het misschien wel meerdere malen meegemaakt, dat een inspirerend geloofsgesprek stil viel door de opmerking van iemand: “allemaal goed en wel, maar wéten doen we dit natuurlijk niet”. De vertwijfeling slaat toe. Wat is waar? Is ons geloof te verantwoorden met grond onder de voeten of dromen wij een beetje de blauwe hemel in?
Alsof met het antwoord op alle vragen de problemen opgelost zijn. Alsof, wanneer wij alles weten, het leven onder controle is en alle weerbarstigheden overwonnen zijn. Wij, mensen, moeten bescheiden blijven: wij weten niet alles en wij kunnen niet alles.
Er is tot in onze tijd een bijna onbegrensd vertrouwen in de wetenschap, alsof die de problemen van het leven en de wereld kan oplossen. Steeds meer mensen ontdekken echter de beperkingen van de wetenschap. Feitelijk blijkt die een louter menselijk bedrijf te zijn, eigenlijke net zo subjectief als onze persoonlijke mening. In de moderne wetenschap hebben veel wetenschappers God consequent buiten gesloten. Het is best wel mogelijk dat zij hiermee tekort doen aan de wetenschap. Zonder kennis van God kunnen de diepste geheimen van ons heelal en onze wereld niet ontsloten worden. De wetenschap overwint de wereld niet.
Onze bijbelschrijver, Johannes, zegt nadrukkelijk: dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof. Ons geloof overwint de wereld. Die overwinning is niet, dat wij het antwoord op alle vragen hebben maar wel het antwoord op de belangrijkste vraag.
Waar komen wij vandaan, waar gaan wij naar toe, waarom leven wij en wat is de zin van het leven. Houdt het nog een keer op met het kwaad? Houdt het nog een keer op met de dood? Zonder hoogmoedig te zijn heeft ons geloof daar het antwoord op.
Wij geloven en belijden dat wij uit God zijn, door God en tot God. Onze oorsprong ligt in de liefdevolle schepping van God. Onze verlossing is door het liefdevolle offer van Gods Zoon. Onze bestemming bereiken wij door de liefdevolle leiding door Gods heilige Geest.
Door zijn liefdesoffer van Zijn Zoon heeft God de boze schaakmat gezet. De tegenstander weet niet wat liefde is. Door het offer van zijn liefde heeft de Zoon de dood overwonnen.
Het antwoord op de vragen van ons leven en van de wereld is het werk van de Drie-enige God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Hij heeft de zonde overwonnen, de dood overwonnen, de wereld overwonnen.
Vandaag, deze zondag na Pinksteren is in de traditie van de kerk de zondag van de Drie-eenheid. Wij vieren samenvattend de grote daden van God, de daden van geboorte, lijden, sterven en opstanding. Kerst, Pasen en Pinksteren. Vandaag bereidt de Geest ons voor om burgers van Christus’ Koninkrijk te zijn.
Hij staat in ons bijbelgedeelte genoemd, de Drie-enige God. Als u in uw bijbel hebt meegelezen, zult u gezien hebben dat de zin, waarin de Vader, de Zoon en de Heilige Geest genoemd worden, tussen vierkante haken staat. Vierkante haken in de NBG51-vertaling betekent, dat het hier om woorden gaat, die niet oorspronkelijk in de tekst hebben gestaan.
Het zijn de woorden: ‘in de hemel: de Vader, het Woord en de Heilige geest; en deze drie zijn één. En drie zijn er, die getuigen op aarde’. Haken sluiten.
Deze woorden hebben de eerste driehonderd jaren na het Nieuwe Testament niet in de Bijbel gestaan. Een latere overschrijver van de Latijnse Bijbel, heeft ze toegevoegd. In de Middeleeuwen zijn de Latijnse woorden naar het Grieks terug vertaald. Dat deze woorden later toegevoegd zijn doet echter niets af van hun waarde. Zij verwoorden de belijdenis van de Kerk der eeuwen wat de Drie-enige God voor ons heeft gedaan.
De oorspronkelijke tekst gaat over de drie getuigen, de Geest, het water en het bloed. Drie getuigen. Daar gaat het nu om. Als Jood kende Johannes de Bijbel zeer goed en wist dat het getuigenis van drie getuigen een uitermate belangrijke zaak is.
In het vijfde boek van Mozes staat, dat een zaak zal staan op het gezag van twee of drie getuigen.
De Joodse rechtspraak moest nauwkeurig en betrouwbaar zijn. Een verdachte mocht niet veroordeeld worden als er één getuige tegen hem was. Die kon uit eigenbelang een vals getuigenis geven. Dan moesten er zeker twee getuigen zijn, die onafhankelijk van elkaar precies hetzelfde getuigenis gaven. Maar dan nog was het een hachelijke zaak om een verdachte te veroordelen, zeker als het ging om de doodstraf.
Bleek het getuigenis vals te zijn, dan moesten de getuigen dezelfde straf ondergaan als die ze verdachte toegedacht hadden. Als het gaat om de doodstraf, ben je dubbel voorzichtig om een beschuldigende getuigenis af te leggen.
In de nacht waarin onze Here Jezus ter dood veroordeeld werd, zaten de Joodse autoriteiten met smart te wachten op getuigenissen, die steek hielden. Er kwam er maar geen, terwijl er veel mensen waren, die tegen Jezus getuigden. Feitelijk zouden zij allemaal de doodstraf moeten ondergaan.
Totdat er eindelijk twee mensen kwamen die ongeveer hetzelfde getuigenis gaven. Namelijk, dat Jezus gezegd had, dat Hij in drie dagen de tempel zou opbouwen. Bijna hetzelfde maar toch niet helemaal. Ze mochten het niet maar ze deden het toch, Jezus veroordelen.
Totdat onze Here Jezus als derde getuige optrad, dat Hij de Zoon was, door God gezonden om Redder der wereld te zijn. Toen hadden ze geen getuigen meer nodig. En wij? Wij hebben zo hard de getuigenissen nodig om te ondervinden dat ons geloof waarachtig is.
Vandaag schenkt de Bijbel ons drie getuigen. Niet om grond te geven aan veroordeling maar om onze vrijspraak vast en zeker te maken. Drie getuigen van uw verlossing, en op deze grond staat uw zaak. De Geest, het water en het bloed.
Wat getuigen zij, de Geest, het water en het bloed? De Geest overtuigt van zonde en van oordeel. Niet dus van uw veroordeling maar daarvan dat het oordeel gedragen is door het lam Gods. Hij getuigt dat de Zoon van God, Zoon van de mensen is geworden, God uit God en mens uit mens. De Geest heeft Maria overschaduwd om de heilige uit haar geboren te doen worden.
Het water getuigt. Naar Joodse opvatting wordt de mens uit water geboren, uit het zaad van de man en uit het vruchtwater van de moeder. In het water is de geboren Zoon des mensen afgedaald om met ons gedoopt te worden in de afwassing van alle zonden. Het water van de doop getuigt, dat de Zoon van God in de dood begraven is geweest en dat God Hem uit de doden heeft opgewekt. Door de doop worden wij met Hem door de dood gesleept en staan wij met Hem op in nieuw leven.
Het bloed getuigt. Bloed is leven. In de avond voor zijn sterven had Jezus de beker genomen en gezegd: deze beker is het Nieuwe Testament in mijn bloed. Door de beker te nemen drinken wij ons het leven in, want de wijn van het bloed getuigt, dat onze Here Jezus macht heeft om het leven af te leggen en om het weer op te nemen. De beker getuigt, zo waarachtig als u de wijn drinkt, zo waarachtig schenkt de Here u het leven, dat duurt in eeuwigheid.
Voor uw ogen wordt het brood gebroken om voor u te getuigen, dat zo echt en waarachtig als het brood voor u gebroken wordt, zo waar en waarachtig is het lichamelijke leven van onze Here Jezus voor u gebroken om onze gebrokenheid heel te maken. Jezus is voor gestorven om ons van de dood te verlossen. Zo waarachtig als Hij aan het kruis gestorven is, zo waarachtig bent u met God verzoend en zijn al uw zonden vergeven. En zo echt als u de wijn drinkt, zo waarachtig schenkt de Here u de opstanding in het nieuwe, eeuwige leven.
Drie getuigen. De zaak zal waar en zeker zijn. Uw heil staat vast. God de Vader getuigt met de Geest, en God de Zoon getuigt met het water en het bloed.
Komt dan, eet en drinkt en getuig met uw aangaan van de God, die garant staat voor uw heil tot in eeuwigheid, vast en zeker. AMEN.

Top

 02 BEWIJS VAN GOD: DE GEEST VAN DE LIEFDE 1 Johannes 4: 12,13
Gemeente van onze Here Jezus Christus, geliefde zusters en broeders, meiden en jongens,
Er was een atheïst, die tegen een christelijke jongen zei: ik geef jou € 10,- als jij mij kunt bewijzen dat God bestaat. Waarop de jongen hem antwoordde: ik geef u € 20,- als u mij kunt bewijzen dat God niet bestaat...
Zou jij, zou u ook zo zeker willen zijn als die christelijke jongen? Zeker weten dat God bestaat. Bewijs het eens.
Wie kan mij bewijzen dat er elektriciteit bestaat? Als jullie mij zouden vragen om te bewijzen dat elektriciteit niet bestaat. Nou, heel eenvoudig. Ik heb hier een elektrische lamp. Hij doet het niet, dus is er geen elektriciteit, dus volgens mij bestaat er geen elektriciteit...
Ik hoor jullie al denken: intelligent argument...
Oké, bewijs dan maar eens dat elektriciteit wel bestaat. Je kunt het niet zien. Hoe bewijs je nu dat elektriciteit bestaat als je het niet kunt zien? Er stond een kind op het strand aan een touwtje te trekken. Er zette juist een laaghangende mistbank vanuit zee op. Die dreef over het kind heen. Kwam er een meneer langs, die vroeg, wat sta jij hier te doen? Ik sta te vliegeren, meneer. Maar ik zie helemaal geen vlieger, zei de man. Misschien niet, meneer, maar ik voel hem wel trekken.
Elektriciteit kunnen we niet zien maar laten we niet gaan voelen, dat is levensgevaarlijk. Wij kunnen wel de uitwerking van elektriciteit zien. Wij zien de lampen schijnen. Die branden pas als de schakelaar is omgezet. Mijn lamp moet eerst in de fitting gedraaid en daarna moet de schakelaar om, dan doet de elektriciteit mijn lamp branden.
Niemand heeft ooit God gezien. Wij hebben deze woorden letterlijk uit de Bijbel gelezen. Maar wij kunnen bewijzen dat God bestaat! God is liefde. Dat hebben we ook letterlijk uit de Bijbel gelezen. Als wij elkaar lief hebben, blijft God in ons. Je zou kunnen zeggen: God werkt onder ons. God schijnt zijn licht over ons en de liefde is de goddelijke elektriciteit. Bij ons moet er een schakelaar omgezet worden. De schakelaar van het geloof.
Op dit Pinksterfeest mogen wij het bewijs zijn, dat God bestaat. Daar is de gemeente, mensen die Jezus liefhebben. Vandaag zingen wij van Jezus, en als wij samen zeggen, dat Jezus Heer is, onze Verlosser, dan hebben wij dat niet van onszelf maar het is de Geest van God die het ons doet zeggen. De Geest zet de schakelaar om. Vandaag is ‘t het feest van de Geest. Hieraan weten wij, dat God in ons is, staat er geschreven, doordat Hij ons van Zijn Geest gegeven heeft.
Heel vaak worden er “bewijzen” gegeven dat God niet bestaat of niet kan bestaan, op de manier van mijn lamp zonder aansluiting op de elektriciteit. De christenen beweren, dat God goed is, zeggen zij. Moet je eens zien, er is zoveel kwaad in de wereld, dus kan er geen God zijn, God bestaat niet. Deze mensen krijgen echt geen € 20,- cadeau. Je moet aangesloten worden. Bij de kerk, die is de fitting. De schakelaar moet omgezet, het geloof.
Het was in de druk bevolkte stad een kleine groep in Jeruzalem, die de wind van God aan hen voelde trekken. Zij waren met 120 mensen bijeen. Waren dat zulke bijzondere mensen? Nee. Het waren heel gewone mensen. De meesten waren leerlingen die voor hun examen gezakt waren. Er was een moeder bij een paar bekende vrouwen. Mensen zoals wij, zoals jij en u en ik. En wat zij deden, was helemaal niet spectaculair. Zij zaten bijeen. Te wachten en te bidden. Zo deden zij, wat de Meester hen bevolen had.
Hoe moeten wij ons dat voorstellen? Dat zij als groep mensen bij elkaar waren, zoals wij nu bij elkaar zijn. Er waren periodes van stilte, er waren momenten dat iemand het woord nam, een gebed uitsprak of een bemoedigend woord sprak. En verder was er stilte. Wacht op de kracht van boven, had Jezus gezegd. Dat was eigenlijk alles.
Maar wat deden zij dan precies? Wat zij precies deden, was Jezus gehoorzamen. Mensen van Jezus Christus zijn, in zijn Naam bijeen zijn en bidden, dat Gods Naam in hen tot eer zou komen en dat Gods wil door hen uitgevoerd zou worden. Daarmee zeg ik opeens heel veel, maar dat is de kern waar het om gaat. Aan deze mensen kwam de kracht van boven.
Een kleine gemeente in het grote Jeruzalem. Een stad vol godsdienstige mensen. Een multireligieuze samenleving als wij in deze tijd. Joden, heidenen en godsdienstbelevers. Al die mensen werden er getuige van dat de bijzondere en wondere kracht van boven aan de Jezusmensen werd geschonken. Speciaal aan hen geschonken. Wind en vuur, de schakelaar werd omgezet en door hun geloof en blijdschap gingen zij spreken.
Twee belangrijke dingen zijn gezegd: 1. mensen die van Jezus zijn en 2, het wordt hen geschonken, de kracht, de liefde van God. Dat was zo op de Pinksterdag in Jeruzalem, het is zo met de gemeente op zondag, die de brief van Johannes leest.
Johannes bindt het de christenen op het hart: denk erom dat u altijd met twee woorden over onze Here Jezus spreekt. En als er voorgangers komen, nieuwe voorgangers bijvoorbeeld, beproef dan hun geest, of zij uit God zijn. Daarbij is het noodzakelijk dat uw eigen geest uit God is.
Beproef de geesten, schrijft Johannes. Geesten, dat zijn onze gezindheden. Dat zijn wij. Zoals jullie, jongeren, hier in de kerk zijn, kun je laten zien wat er in je woont, wat voor geest er in je is. Dat kan een geest van enthousiasme zijn maar ook een geest van onverschilligheid. De ouderen stralen een geestesgesteldheid uit. Dat kan een gezindheid van kritische betrokkenheid zijn en een gezindheid van blijdschap en dankbaarheid. ‘Enthousiasme’, jullie voelen wel aan wat dat is. Gedrevenheid, positieve vechtlust met vrolijkheid. Enthousiasme is een woord dat bestaat uit twee Griekse woorden: en = in, theos is God. Dit woord betekent, dat God in je woont. Blijheid, gedrevenheid, de liefde, dat zijn de gaven van de Geest, die ons geschonken worden op de Pinksterdag en op de zondagen van het jaar.
Beproef de geesten. Wat is uw en jouw en mijn gedrevenheid? Wat zeggen wij over onze Here Jezus? Daar komt het op aan. In de tijd van Johannes waren er mensen, die zeiden: voor mij is Jezus Christus een innerlijk licht, ik zoek in mijzelf naar kennis, zodat ik steeds dieper in het goddelijke kan doordringen. Ik zoek religieuze ervaring, dan ga ik op in het al. Johannes zegt, zonder een oordeel over deze mensen uit te spreken, zonder hen aan te vallen: dit zijn mensen, die met één woord spreken. Eén woord is een halve waarheid en helaas, daardoor een hele leugen. Zij hebben het wel over religie enzo, maar zij vermijden het om te spreken over een God, die als een kind de luiers omgebonden heeft gekregen, die als een mens dorstig is geweest en die als een mens van vlees en bloed, echt menselijk, pijn en lijden heeft doorstaan. Ja, die ene unieke mens, vlees en bloed, die het oordeel van God over onze zonden heeft gedragen. Die als Zoon van God gedragen heeft wat een mens niet dragen kan.
Gods Zoon en mensenzoon, God uit God en mens uit mens. Deze twee woorden hebben wij te belijden over onze Here Jezus Christus. Zo spreken over Jezus Christus: dat doen wij door de Heilige Geest. Die is de elektriciteit waarmee God ons als lampen het licht doet geven. De Geest is geschenk van God, de gave van Gods liefde. Want Hij is de Geest van Jezus.
Jezus is de liefde van God in persoon en natura. God is liefde. En hierin is de liefde van God jegens ons geopenbaard, dat God Zijn Zoon geschonken heeft, opdat wij zouden leven door Hem. Geschonken. De liefde is geschonken. Niet een doel, dat je door inspanning bereikt. Een geschenk dat je wordt gegeven, omdat je God en Jezus liefhebt. Maar dat wij God liefhebben, komt omdat God ons het eerst heeft liefgehad.
Die liefde van God is niet vanzelfsprekend. Gods liefde is niet begonnen met enthousiasme over ons mensen. Integendeel. Er is vijandschap geweest tussen God en de mensen. De mensen, die van God niet hebben willen weten en God, die gewalgd heeft van de zelfzuchtige eigendunk van de mensen.
Een wonder is er in God gebeurd. God heeft zijn walging overwonnen. God heeft zijn vijandschap overwonnen. God heeft zijn woedende toorn overwonnen door zelf te gaan dragen, wat de mensen verdiend zouden hebben. Het oordeel zou onze vernietiging betekend hebben. Dat wil God niet. God heeft geen plezier in de dood van de mensen. Maar daar houdt Hij van, dat mensen leven en zijn kinderen zijn.
God is liefde. Die liefde houdt in, dat God een strijd in zichzelf gevoerd heeft om zijn woede te stillen. Hij had ook kunnen wreken. God heeft het duurste en het liefste wat Hij had geofferd. Dit alles predikt Petrus op de Pinksterdag. Het is Pasen op Pinksteren. God heeft Zijn Zoon gegeven, prijsgegeven aan het kruis om de oordeelsdood te sterven en onze zonden weg te dragen. God heeft Hem opgewekt uit de doden. God heeft Zijn eigen Zoon niet gespaard, in Hem heeft God zijn liefde ons geschonken en daarin alle dingen ons geschonken.
Offerende liefde. Het heeft God veel gekost. Op Pinksterdag laat God het liefde regenen, want met de uitstorting van de Heilige Geest heeft Hij zijn liefde in onze harten uitgestort.
Zal dat te merken zijn, dat Gods liefde in onze harten is uitgestort? Ja, dat moet te merken zijn, want daar is een gemeente van Jezus Christus, die de lessen van haar Heer en Heiland in praktijk probeert te brengen. Er is een gemeente, die belijdt dat God liefde is, en dat Hij Zijn Zoon gezonden heeft tot verzoening van onze zonden.
Volgende week zal hier de liefdemaaltijd gevierd worden. Zal de wereld merken dat er een gemeente is, die het Avondmaal viert? Zal het te merken zijn, barmhartigheid?
Dat zal te merken zijn, als wij leven dicht bij het kruis. Dat is de kern. Heel de religieuze wereld wil van dat kruis niet weten. Wij zijn gemeente onder het kruis. Kruis, dat is het beeld van mislukking, faillissement. Alle leerlingen van Jezus meenden dat het met kruis van Jezus afgelopen was, zijn zaak mislukt. Als gemeente onder het kruis moeten wij leven met mislukkingen. Er zijn mensen, wier kerkelijke betrokkenheid schipbreuk lijdt, omdat het in de kerk er niet aan toegaat, zoals Jezus ons geleerd heeft. Die offerende liefde... Het is helaas in de kerk vaak de nemende zelfliefde, ten koste van.
En toch, dat mag niet wegnemen, dat wij doorgaan met het oefenen van de les van de liefde, die God ons heeft voorgedaan. Hoe meer wij het kruis oefenen, hoe meer wij Avondmaal vieren, des te meer zal blijken, dat wij Pinkstergemeente zijn. Gemeente van de Geest. Johannes houdt het ons voor: zoals God ons heeft lief gehad, zo behoren wij elkaar lief te hebben. Dan gaat het om diezelfde offerende liefde.
Pinksteren is het geschenk van de liefde en de opdracht van de liefde. Waar liefde woont, daar gebiedt de HERE zijn zegen. Daar wordt zijn heil verkregen en het leven tot in eeuwigheid. AMEN.

Top

 05 GENERATIEBRUG I.P.V.-KLOOF, 1 Johannes 2: 12 - 14
Er zijn families, die vier generaties op de foto zetten, van overgrootouder tot achterkleinkind.
Wij zitten met ongeveer drie generaties in de kerk. Als een familie van onze Here Jezus. Als er een foto van ons kerkgezin gemaakt wordt, waarschijnlijk kijken wij allemaal blij, want wij horen bij elkaar.
We hebben de generatie van mensen, die naar hun leeftijd oma en opa zouden kunnen zijn, laten we zeggen de vijftig-plussers. Dan heb je de tweede generatie, mensen die vader en moeder kunnen zijn, zeg maar tussen 25 en 50 jaar. Dan heb je de jongeren en de kinderen.
Tot alle drie de generaties heeft de Bijbel wat te zeggen. De schrijver, de apostel Johannes, is een echte vaderfiguur. Iemand naar wie je luistert, omdat hij gezag heeft. Vanwege zijn levenservaring en zijn wijsheid. Hij wordt de apostel van de liefde genoemd.
Johannes is oud, stokoud. Ik stel mij hem voor met grijze haren en een grijze baard. Vol met prachtige verhalen die hij meegemaakt heeft. Hij neemt een van zijn kleinkinderen op schoot en begint te vertellen.
Deze apostel schrijft tot de ouderen, de jongeren en de kinderen. In de tijd van Johannes was het gebeurd in de gemeente van Korinthe, dat er een conflict was ontstaan tussen jongeren en ouderen. Er was een opstand ontketend tegen de ouderen en over en weer was er bitterheid. Daartoe heeft Clemens, de derde opvolger van Petrus als bisschop van Rome, een brief namens de gemeente van Rome aan de gemeente van Korinthe geschreven. Die Clemensbrief is net niet in het Nieuwe Testament terecht gekomen. Die brief staat nu in de bundel van Apostolische Vaders.
Kort door de bocht genomen zou je kunnen zeggen dat toen de ouderen dachten dat alles bij het oude moest blijven en dat de jongeren nieuwe dingen wilden invoeren. De ouderen wordt verweten dat zij star zijn en de jongeren dat zij onrust brengen. Uiteindelijk verliezen zij zich in bijzaken, zijn negatief bezig en breken de eenheid af.
Clemens was een tijdgenoot van Johannes. Die houdt het algemener maar waarschijnlijk schrijft hij vanuit dezelfde achtergrond. Er zit een gevoel achter dat sommige mensen andere kritisch bekeken en dat ook zeiden. Er zit een gevoel achter kritisch bekeken te worden. De apostolische schrijver reikt ons medicijnen aan tegen mogelijke spanningen tussen de generaties in de gemeente. Hij brengt de generaties bij elkaar en laat hen voor elkaar tot een zegen zijn. De drie generaties benadert hij heel positief. Geen woord erover, dat de een oordeel heeft over een ander. Tegen alle leeftijden heeft hij een krachtige boodschap door te geven.
Kinderen, ik schrijf jullie dat jullie zonden vergeven zijn, omdat Jezus dat wil.
Ouders, ik schrijf u: u kent God.
Jongeren, ik schrijf u, u hebt de boze overwonnen.
Kinderen, ik heb jullie geschreven dat jullie de Vader leren kennen.
Ouders, ik heb u geschreven, u kent Jezus Christus.
Jongeren, ik heb jullie geschreven, jullie zijn sterk. Door het Woord van God hebben jullie het kwaad overwonnen.
Horen jullie, hoort u, hoe positief de apostel alle leeftijden benadert? Hij heeft het tegen u en jullie. Jullie zijn belangrijk en horen er helemaal bij. De generaties horen bij elkaar. Ouderen mogen naar de kinderen kijken en bedenken: hun zonden zijn vergeven. De Vader kent hen en zij mogen de Vader kennen. Kinderen zijn jong en willen wat: kijk zo tegen ze aan en behandel hen zo: zij zijn kinderen van God. God heeft hun zonden vergeven. Zij zijn rein.
Dat wordt van jullie gezegd, jongens en meisjes. En jullie horen wat er over jullie ouders en grootouders gezegd wordt. Over jullie ouders horen jullie: zij hebben de duivel overwonnen. Hoe doen mensen dat, de duivel overwinnen? Door Jezus te belijden als Zoon van God. Daar kan de duivel niet tegen. En als de ouders de Bijbel lezen, worden zij sterk in het geloof. Dus kinderen, kijk niet kritisch naar de ouders, maar zie iets geweldigs in hen. Ouders, jullie zijn overwinnaars van het kwaad.
En van de grootouders wordt gezegd, dat zij zo oud zijn als de wijsheid van God. Ouderen, door uw levenservaring mag u God kennen, die altijd bij u is geweest. U hebt Jezus gekend en u hebt ervaren hoe wonderlijk mild Hij is geweest voor mensen die het anders deden, maar voor God. Nooit heeft hij kritiek gehad op zoekende jongeren. Wel heeft hij kritiek gehad op de critici. Maar ook voor hen had Jezus een eindeloos geduld. Laat uw lange levenservaring met de genade van God u eindeloos geduldig maken en ruim gezind.
De kinderen moeten zo naar de ouderen kijken. Zij weten meer dan wij. Zij zijn dichter bij de wijsheid dan wij. Niet verbitterd worden als zij je aan het denken zetten: waarom zou je dat doen? Is alles wat jullie doen wel tot eer van de Heer?
Dan ga je naar elkaar luisteren en je gaat elkaar waarderen. Zullen wij ons daarin gaan oefenen, hoe wij naar elkaar kijken, zoals de apostel Johannes ons leert?
Ouderen, kijk naar de kinderen en weet dat hun zonden vergeven zijn en dat zij kinderen van God zijn. Dan zullen ouderen respect hebben voor de kinderen.
Ouderen, zie naar de jongeren als de sterken. Zij hebben de energie, die u vroeger ook hebt gehad. Die energie hebt u zo niet meer. Er is ook vermoeidheid en gebrekkigheid. Voor u is de belofte, dat de Here God u dragen zal. Als u niet meer verder kunt, ja als het allemaal te zwaar wordt, zal God u torsen. Tot in uw grijze ouderdom. U mag zich overgeven. Dat betekent niet dat u werkloos bent of aan de kant gezet. Integendeel. Juist u bent geroepen om de gemeente des Heren op uw hart te dragen. U mag de tijd ervoor nemen om de gemeente op te dragen in uw gebeden. Misschien is dat nog belangrijker werk dan al het zichtbare kerkenwerk. Bid voor de kinderen en de jongeren.
U mag de jongeren als overwinnaars zien. Als u hen bemoedigt, jagen zij de duivel uit onze gelederen. Dan zullen wij vrij zijn. Jongeren, voor jullie is de belofte, dat God jullie de kracht geeft. Ook jullie kunnen wel eens moe worden van frustratie. Dan moet je niet bij de pakken gaan neerzitten en bitter worden maar uitrusten en dan vragen: Here, wat wilt u dat ik ga doen. God wordt niet moe en Hij wordt niet mat. Dat wil zeggen: God laat zich niet door frustratie aan de kant zetten. Hij gaat door. God geeft jullie frisse kracht tegen matheid en moeheid. Dan zal God jullie antwoorden: maak er werk van om Jezus groot te maken in je leven. Strijd de goede strijd van het geloof. Dat betekent niet dat je anderen gaat bestrijden maar dat je de bitterheid gaat bestrijden. Jullie krijgen de energie om de duivel geen voet te geven, die probeert een wig te drijven in de gemeenschap van Christus.
Kinderen, bekijk de ouderen niet als kritische oordelaars maar zie hen als volgelingen van Jezus, die door hun lange levenservaring veel wijsheid en geloofservaring hebben. Wij kijken naar de ouderen, dat wij wat van hen kunnen leren. Zij zijn dezelfde weg gegaan. Zij zijn ons een eind vooruit. Zij kunnen ons waarschuwen voor gevaren onderweg. Zij kunnen ons goede raad geven. Dan zullen de jongeren respect hebben voor de ouderen.
Dit is een leerpunt voor ons allemaal. Misschien niet een makkelijk leerpunt. Leer te luisteren naar de ouderen, om te beginnen naar je ouders en grootouders. Je mag hen vragen, wat zij met Jezus hebben. Jij mag hen vragen, wat God hen doet.
Ouders, oftewel oudere jongeren, dat zijn geen gemakkelijke vragen, die kinderen stellen. Wij hebben grote verantwoordelijkheid om goed te antwoorden. Want de koers van de levensweg van onze kinderen kan er vanaf hangen. Kunnen wij onder woorden brengen wat wij met Jezus hebben? Kunnen jullie dat niet onder woorden brengen, dan hebben wij een probleem. Dan moeten we oefenen. Maak daar gebruik van, om je geloof te oefenen. Want God kijkt tegen jullie aan als de sterke mensen, die de boze overwinnen.
En jullie, jongere jongeren. Ik zou kunnen vragen: wat hebben jullie met Jezus. Maar ik mag het vanmorgen omdraaien. Wat heeft Jezus met jou? Dat is alles. Jezus heeft alles met jou! Hij heeft zijn leven voor jou gegeven. Hij heeft zich opgeofferd. Om jou voor de ondergang te behoeden, is Hij ondergegaan. Hij heeft een hartstochtelijk verlangen om jouw Vriend en Heer te zijn! Hij wil zo graag in jouw leven komen om jou te leiden tot wat je echt gelukkig maakt. Jullie hebben een fantastische Heer.
Want kinderen, jongeren en ouderen: de Bijbel wijst ons op de ene redder van ons leven. De Bijbel leert het ons persoonlijk te zeggen: Jezus, U bent de Verlosser, de Zoon van God. Mijn Jezus, U bent mijn Heer en mijn Verlosser.
Als wij zeggen: Jezus is mijn Heer, dan hebben wij iemand, die wij moeten gehoorzamen. Dat geldt voor alle generaties. Als wij zeggen: Jezus is mijn Verlosser, dan ben je geborgen in God. Dan kan jou niets meer gebeuren, wat er ook gebeurt. In het leven kan ons allerlei ellende overkomen. Maar geborgen in God zal de ellende een keer voorbij gaan.
Kinderen leren zeggen: mijn Jezus, U bent mijn Heer en mijn Verlosser. Ouders brengen dat in praktijk, dat Jezus Heer is en zij overwinnen de boze. De ouderen geven inspiratie en bemoediging om vanuit hun levenspraktijk wijze lessen te geven.
Zo groeit de menigte van mensen, die van Jezus houden. Die menigte bestaat uit mensen, die betrokken zijn en elkaar aanmoedigen. Kom op, volhouden! Weten jullie hoe dat gaat? Ouders bidden voor jullie, hun kinderen. Grootouders bidden voor kinderen en kleinkinderen.
Ouders en grootouders zijn ook een keer kind geweest. Er is voor hen gebeden. Zo is er door alle eeuwen heen gebeden, ouders voor kinderen. Straks zijn jullie, kinderen, hopelijk vader en moeder. Dan bidden jullie voor je kinderen. Sommige ouders hebben een tegeltje aan de wand hangen. Daar staat een gedicht op: ik leg de namen van mijn kinderen in uw hand.
Jullie ouders en grootouders bidden voor jullie, jongens en meiden, dat jullie in hetzelfde geloof de weg gaan. Houd vol! Neem het voorbeeld van je grootouders en ouders over en zeg voor jezelf persoonlijk: mijn Jezus is mijn Heer en mijn Verlosser. Dan komen jullie samen Thuis. In het huis van God. AMEN.

Top